` Talentscout - Mats Wieffer | Keuken Kampioen Divisie

Talentscout – Mats Wieffer

Paspoort

Mats Wieffer

Club Excelsior
Positie Middenvelder
Geboortedatum 16 november 1999
Aantal wedstrijden 19
Gespeelde minuten
1413
Sterke punten inzicht, balbehandeling, dribbel

De Keuken Kampioen Divisie geldt al decennialang als kraamkamer voor binnen- en buitenlandse talenten en ook dit seizoen lopen er op het tweede niveau weer veel voetballers met potentie rond. Voetbalzone, de officiële mediapartner van de Keuken Kampioen Divisie, licht wekelijks een van deze talenten uit, met deze keer aandacht voor Mats Wieffer, de verrassing op het middenveld van Excelsior.

Ronald Graafland sloft de geïmproviseerde kantoorruimte van Excelsior binnen. “Zo”, mompelt de keeperstrainer als hij Wieffer ziet zitten. “Een interview? Met de Twentse Courant, zeker?” Wieffer verblikt of verbloost niet en gaat na een knikje onverstoorbaar verder met zijn verhaal. Na ruim een halfjaar bij Excelsior heeft de 21-jarige middenvelder wel een dikke huid gekregen als het aankomt op flauwe grapjes over zijn roots. “Mijn accent vinden ze nog steeds heel leuk, dan praten ze me de hele tijd na.” Elders in de ruimte schieten van herkenning de mondhoeken omhoog. “Het is niet anders, dat verandert niet van de een op de andere dag. Ze doen soms alsof je een andere taal spreekt.”

Op het moment dat Graafland hem kort onderbrak, zat Wieffer middenin een verhaal over Schalke 04. De Duitse grootmacht was afgelopen zomer een van de drie clubs met belangstelling voor hem, al was het wel de bedoeling dat hij in Gelsenkirchen in het Onder-23-team zou komen te spelen. Bij FC Emmen had Wieffer ook dit seizoen al actief kunnen zijn in de Eredivisie. “FC Emmen speelt nu tegen degradatie. Ik ben ook niet echt een vechtvoetballer, dat heb je wel nodig. Ik wist niet of ik zou gaan spelen en ik wilde juist minuten maken”, zo redeneert Wieffer. Bij Schalke was zijn bezwaar dat trainer Gerald Asamoah hem nog nooit had zien spelen. “Dat vertrouwde ik niet helemaal en dat woog zwaar mee, want het is dan makkelijk om mij opzij te schuiven. Schalke is wel een naam, ook al doen ze het nu niet zo goed. Dat is toch verleidelijk. Veel mensen zeiden: ‘Dat moet je meteen doen!’ Maar voor mij telde dat ik kon spelen. Ik ben 21 jaar en moet het nu laten zien, je moet er een keer staan. Het schiet niet op als je op je 23e nog steeds ergens in het tweede speelt of op de bank zit.”

Dus koos Wieffer voor Excelsior, de club die hem in zijn ogen de beste mogelijkheid gaf om zoveel mogelijk te spelen. Daarvoor moest wel uit zijn comfortzone stappen. Wiefffer verruilde het ouderlijk huis in Borne, een tussen Almelo en Enschede ingeklemd dorp op een steenworp afstand van de Duitse grens, voor een appartement in Dordrecht. “Ik wilde eigenlijk hier in de buurt gaan wonen. Maar Dordrecht is goed te bereiken en een stuk goedkoper dan Rotterdam. Er is door corona niet heel veel te doen, dat is wel jammer. Dus ik zit een beetje thuis, vrienden komen ook niet zo snel op bezoek nu. Ik verveel me niet zo snel, dan ga ik lezen of Netflix kijken. Als we trainen, kom ik sowieso pas rond vier of vijf uur thuis. Na de training blijven we nog wel eens even zitten om te kaarten, dat is wel gezellig. En als er wat gebeurt, ben ik ook binnen twee uur weer in Borne.”

Het bekendste voetbalproduct van Borne is hij overigens (nog) niet. “Wout Weghorst komt inderdaad ook uit Borne, al woont hij daar nu niet meer. Hij doet het wel goed, ja. Je zou denken dat het toch een keer moet ophouden? Maar iedere keer presteert hij dan nóg beter. Heel erg knap”, knikt Wieffer. Evenals zijn bekende dorpsgenoot begon hij zijn loopbaan bij NEO Borne. In tegenstelling tot Weghorst werd Wieffer wél al op jonge leeftijd door FC Twente ontdekt in de achtertuin van de club. Vanaf zijn tiende doorliep hij de jeugdopleiding van FC Twente en het had er twee jaar geleden alle schijn van dat hij zou gaan doorbreken in het eerste elftal.

Wieffer had op dat moment een heel jaar seizoen deel uitgemaakt van de eerste selectie van FC Twente, dat als kampioen van de Keuken Kampioen Divisie na een jaar afwezigheid direct terugkeerde naar de Eredivisie. De supportersvereniging van FC Twente verkoos hem na dat seizoen, waarin hij twee officiële wedstrijden speelde, tot talent van het jaar. “Mats houdt van voetballen, hij straalt plezier uit en – maar dat is een gevaarlijke uitspraak – hij doet ons denken aan Frenkie de Jong van Ajax”, liet Lucas Fransen, voorzitter van de supportersvereniging, destijds zelfs optekenen door Borne Boeit. Wieffer lacht bescheiden als hij bijna twee jaar later met die uitspraak geconfronteerd wordt. “Ik houd van dribbelen, dat heeft Frenkie ook wel. En rust aan de bal. Ik kan wel goed met druk omgaan, ik word niet zo snel zenuwachtig aan de bal. Maar zo’n vergelijking wil ik natuurlijk zelf niet maken. Ik snap de gedachte misschien ergens wel. Het was ook wel mooi.”

“Die prijs was een eer, zeker omdat het vanuit de supporters kwam. Mede daardoor zag ik ook de potentie dat ik zou gaan spelen bij het eerste en er vast bij zou komen”, vervolgt Wieffer. Mede doordat Gonzalo García García Marino Pusic verving, liep het echter anders voor de ‘Frenkie van Borne’. “Volgens mij zouden we een dag voor de eerste training gebeld worden welke jeugdspelers erbij zouden zitten. Ik had wel het idee dat ik erbij zou zitten, want ik had het hele jaar meegetraind. Uiteindelijk kreeg ik te horen dat ik er niet bij zat, maar dat het nog wel kon veranderen. Er werd daarna niet meer gecommuniceerd.” García García zag het klaarblijkelijk niet zitten in Wieffer, die daardoor een heel jaar doorbracht in Jong FC Twente. Niet ideaal voor zijn ontwikkeling, zo beaamt hij.

Niet alleen was het competitieschema in de beloftencompetitie vorig seizoen erg onregelmatig, ook telde de vaste kern van Jong FC Twente slechts drie spelers. “Dus we trainden met de Onder-19. Dat was wel een grote stap terug, want een jaar eerder trainde ik met het eerste. Mentaal heb ik veel geleerd, maar voetballend had ik op hoger niveau moeten trainen. Tijdens de wedstrijden stond ik ook weleens links- of rechtsback, omdat er vaak veel middenvelders terugkwamen van het eerste. Dan bleef er één plek over en daar speelde ik.” Mede door die ervaringen besloot Wieffer na het vertrek van García en technisch directeur Ted van Leeuwen niet af te wachten of de nieuwe technische leiding van FC Twente – bestaande uit Ron Jans en Jan Streuer) hem nog een nieuw contract zou aanbieden. Achteraf misschien een besluit waar hij met een dubbel gevoel op terug kan kijken, omdat de nieuwe trainer Ron Jans dit seizoen geregeld een beroep doet op jeugdproducten als Godfried Roemeratoe, Jesse Bosch, Jayden Oosterwolde, Ramiz Zerrouki en Thijs van Leeuwen.

Wieffer haalt de schouders op. Ja, misschien had hij dit seizoen wel een kans gekregen op een doorbraak in het eerste elftal van FC Twente. “Dat is natuurlijk wel het doel als je ergens al tien jaar speelt. Ik had ook wel het gevoel dat ik de Eredivisie aankon. Maar ja, aan de andere kant: het was ook lastig geweest om basisspeler te worden. Zoals dat het ook bij FC Emmen geweest, aangezien je iemand als Sergio Peña niet zomaar uit de basis speelt.” In dat opzicht heeft Wieffer met Excelsior de juiste keuze gemaakt, want sinds oktober is hij – mits beschikbaar – een van de eerste namen die door trainer Marinus Dijkhuizen op het wedstrijdformulier wordt genoteerd. “De laatste tijd speel ik alles en voor mijn gevoel gaat het inmiddels ook goed, want in het begin had ik nog wat last van kleine blessures. Telkens had ik iets, waardoor ik weer even niet kon spelen.”

Dat hij in het begin met wat kleine pijntjes kampte, kan volgens hem meerdere verklaringen hebben. “Het was wennen, bij Jong Twente was het toch nog wat meer jeugdvoetbal. Ondanks dat we tegen teams speelden die bestonden uit wisselspelers van Eredivisie-clubs. We speelden bijvoorbeeld ook tegen Feyenoord, dus dat was qua niveau best aardig. Dit is alleen wat meer mannenvoetbal, het draait in de Keuken Kampioen Divisie meer om duelkracht. Ik wil niet zeggen dat we meer trainen, maar het is toch anders. Misschien heeft dat ook te maken met het kunstgras”, legt hij uit. Langzaam maar zeker begint de naam van Wieffer echter ook buiten Rotterdam rond te zingen. Komt dat door zijn ijzersterke optreden in de met 0-1 verloren kwartfinale van de TOTO KNVB Beker tegen Vitesse? Of door zijn wonderlijke eerste doelpunt in het betaald voetbal tegen FC Volendam?

“Het was natuurlijk een mooie goal, er zijn wel aardig wat reacties op gekomen”, glimlacht Wieffer bescheiden over het doelpunt dat hij na een solo vanaf het eigen strafschopgebied tegen FC Volendam maakte. In dat duel stond Wieffer overigens, evenals in de wedstrijden tegen Vitesse, Roda JC Kerkrade en MVV Maastricht, opgesteld als centrumverdediger in een driemansdefensie. “Het liefst sta ik op het middenveld, maar centrumverdediger vind ik ook prima. Al moet ik dan wel dingen leren, in verdedigend en fysiek opzicht. Hoe ik moet staan, bijvoorbeeld. Op het middenveld heb ik nog te weinig doelpunten en assists, het is een verbeterpunt om bij meer goals betrokken te zijn.” Terwijl ploeggenoot Alessandro Damen recentelijk tegenover het Algemeen Dagblad zei dat hij zich kon voorstellen dat Wieffer op scoutingslijstjes van Eredivisie-clubs zou staan, blijft hij zelf bescheiden en vooral zelfkritisch.

Als een speler van Excelsior het tegenwoordig goed doet, is de vergelijking met Jerdy Schouten nooit ver weg. Al helemaal voor Wieffer, die in principe op dezelfde positie speelt als de middenvelder van Bologna én in zijn spel gelijkenissen vertoont. “Zoals Schouten vanaf hier naar Bologna gegaan is, zou je het graag willen zien. Maar daar moet nog veel voor gebeuren. Ik bedenk niet: volgend jaar wil ik dit of dat. We zien wel wat er komt. Ik moet nog veel dingen verbeteren, al vind ik dat ik op de goede weg ben en beter begin te spelen. Ik ben nu veel verder dan in het eerste jaar dat ik bij het eerste van Twente zat. Aan de bal, fysiek: dat heb ik enorm geleerd. Ik was toen nog een dun mannetje, die een beetje aan het kijken was hoe het ging. Als iemand schreeuwde, dacht ik: zo… Het hoort er allemaal bij. Hoe meer wedstrijden je speelt, hoe beter je wordt. Daar draait het om.”

“Persoonlijk ben ik zeer tevreden met hoe het stapje voor stapje steeds beter gaat, al verloopt het seizoen voor het team wat minder”, concludeert Wieffer. Voorafgaand aan het seizoen had hij stiekem gehoopt dat Excelsior als outsider zou kunnen meedoen om de promotieplekken. De Kralingers bezetten momenteel enigszins teleurstellend de tiende plaats in de Keuken Kampioen Divisie, in een jaar waarin de resultaten misschien nog wel wisselvalliger zijn dan het weer van de afgelopen weken. “We zijn niet constant, dat is ons probleem. Vaak voetballen we best aardig, maar we maken onze mogelijkheden niet altijd af. We kregen ook veel te veel doelpunten tegen, daarom zijn we naar vijf verdedigers geswitcht. Het is nog steeds wisselvallig, er is niet echt een touw aan vast te knopen. Ik zou het liefst met Excelsior de stap naar de Eredivisie maken. Dat kan dit jaar nog, maar we hebben het onszelf niet makkelijk gemaakt.”

`