` Talentscout - Jasper ter Heide | Keuken Kampioen Divisie

Talentscout – Jasper ter Heide

Paspoort

Jasper ter Heide

Club SC Cambuur
Positie Middenvelder
Geboortedatum 29 maart 1999
Aantal wedstrijden 17
Sterke punten passing, techniek, inzicht

De Keuken Kampioen Divisie geldt al decennialang als kraamkamer voor binnen- en buitenlandse talenten en ook dit seizoen lopen er op het tweede niveau weer veel voetballers met potentie rond. Voetbalzone, de officiële mediapartner van de Keuken Kampioen Divisie, licht wekelijks een van deze talenten uit, met deze keer aandacht voor Jasper ter Heide, die bij SC Cambuur de gewenste volgende stap vanaf Ajax kreeg.

Mees Hoedemakers steekt zijn hoofd om de hoek van de perskamer in het Cambuur Stadion. “Psst, houd hem in de gaten, hè”, zegt hij met een knipoog, terwijl hij richting Jasper ter Heide wijst. Het was Hoedemakers die hem min of meer heeft opgevangen in Leeuwarden. De twee kenden elkaar nog van hun gezamenlijke tijd in de jeugdopleiding van AZ. Nu zijn ze bij SC Cambuur uitgegroeid tot goede vrienden en trekken ze ook buiten het veld geregeld met elkaar op in de hoofdstad van Friesland. Maar binnen het veld zijn Hoedemakers en Ter Heide juist elkaars concurrenten. “Ik heb een hele goede band met Mees, we spreken veel over voetbal en zijn positie. Ik probeer hem te pushen, hij pusht mij. Er is geen vijandige concurrentie, zeker niet”, glimlacht Ter Heide. “We wensen elkaar niet het slechtste toe. Als hij last heeft en ik op zijn positie speel, helpt hij me ook door te zeggen wat beter kon.”

Trainer Henk de Jong hakte gaandeweg dit seizoen de knoop door: Ter Heide moest zich gaan focussen op de ‘zes-positie’. Want op welke positie heeft hij tijdens zijn carrière nog niet gespeeld? “Keeper en spits”, antwoordt hij direct gedecideerd. Bij AZ kwam Ter Heide – ondanks dat hij rechtsbenig is – in eerste instantie binnen als linksback, maar verhuisde hij naar de rechterkant van de verdediging op het moment dat hij een lichting doorgeschoven werd. Als rechtsback verdiende hij een overstap naar Ajax en speelde hij in verschillende jeugdelftallen van Oranje. Richard Witschge zag in de Onder-19 van Ajax voor het eerst een verdedigende middenvelder in Ter Heide. “Hij wilde het een keer proberen en daarna ben ik er niet vanaf gegaan. Dat is mijn beste positie, honderd procent. Ik voel me er wat fijner bij, mijn kwaliteiten komen daar beter eruit dan als back.”

Vastigheid als het aankomt op zijn positie had hij tot een aantal maanden geleden al jaren niet gevoeld. Bij Jong Ajax speelde Ter Heide doorgaans op die positie die over was, afhankelijk van de spelers die vanuit het eerste elftal of de jeugd kwamen. “Dat ik op meerdere posities uit de voeten kan, heeft twee kanten. Ik speelde altijd, maar nooit op de positie waar ik de wedstrijd ervoor had gespeeld. Dan speelde ik op zes, de wedstrijd erna als rechtsback en daarna weer rechtshalf. Van alles, maar ik maakte wel mijn minuutjes.” Bij SC Cambuur begon Ter Heide ook als links- (vier wedstrijden) en rechtsback (twee wedstrijden) aan het seizoen, tot hij na een lichte blessure uit het elftal verdween. “Misschien had ik anders nog alles gespeeld, maar aan de andere kant had ik dan minder op zes gespeeld. Dat kan later weer zijn vruchten afwerpen. Ik kan me meer focussen op één positie en gaat het steeds beter. Het is ook wel fijn dat wanneer er een positie uitvalt, ik altijd een optie ben voor de trainer.”

Ter Heide heeft nu alleen mogelijk een van de lastigste positie in de selectie van SC Cambuur. De naam van Hoedemakers verschijnt doorgaans als een van de eerste op het wedstrijdformulier bij De Jong en de 23-jarige middenvelder miste in het afgelopen anderhalf jaar slechts één wedstrijd. Ter Heide moet het daardoor vooral hebben van invalbeurten. In alle eerlijkheid moet hij bekennen dat hij voorafgaand aan het seizoen misschien op wat meer minuten had gehoopt. “Maar er zijn meer positieve dan negatieve kanten”, benadrukt hij direct. Ter Heide, een rustige prater die zorgvuldig zijn woorden kiest, is geduldig. “Er stond al een ingespeeld team, dus ik wist dat het lastig was om me daarin te spelen. Maar ik heb meer naar de toekomst gekeken. Stel dat er jongens weggaan, kan het snel anders zijn. Mijn doel was toch echt om met een goed voetballend team naar de Eredivisie te gaan. Daarmee ben ik tevreden.”

“Ik was toe aan volwassen voetbal, niet meer dat jeugdige”, gaat Ter Heide verder. Hij speelde zes jaar lang in de jeugdopleiding van Ajax. Als rechtsback maakte hij deel uit van een Oranje-lichting met onder meer Matthijs de Ligt, Donyell Malen, Owen Wijndal en Justin Kluivert. Ter Heide schuift zijn hand van linksonder naar rechtsboven, om een perfect stijgende curve uit te beelden. “Owen Wijndal is nog steeds een hele goede vriend van mij. Zijn ontwikkeling gaat mooi in een lijn omhoog, het ging altijd beter. Ik had ook wel verwacht dat wanneer hij in zijn eigen tempo zou doorontwikkelen, dat hij er wel kwam. En mijn curve?” Ter Heide haalt zijn hand een aantal keer op en neer. “Die gaat alle kanten op. Bij AZ ging het hartstikke goed, toen ging ik naar Ajax. Daar kreeg ik een blessure, waardoor ik een jaar heb moeten missen. Dan lopen dingen anders dan je denkt.”

Nee, Ter Heide hoefde niet lang te twijfelen toen Ajax zich op zijn vijftiende bij hem meldde. “Met de stap naar Ajax kwam er een droom uit, zeker. Ik had het naar mijn zin bij AZ, maar als Ajax komt… Dan ga je gewoon. Je traint met de beste jongens van je lichting. Eigenlijk waren de trainingen moeilijker dan de wedstrijden. Op de training stond ik op Justin Kluivert, Noa Lang of Ché Nunnely, daar word je sneller beter van dan wedstrijden tegen andere buitenspelers. Dat was het hoogste niveau dat je kon krijgen doordeweeks.” Waar enkele van zijn voormalig ploeggenoten – onder meer De Ligt, Kluivert, Sergiño Dest en Ryan Gravenberch – in de afgelopen jaren doorstroomde naar het eerste elftal, bleef Ter Heide steken in Jong Ajax.

“In het eerste jaar bij de beloften werd ik sneller gevraagd om mee te trainen bij het eerste, als ze iemand nodig hadden. Als je 20 of 21 bent, zie je dat jongens die jonger zijn eerder worden gekozen. Dat zag ik wel snel. Het is logisch ook, Ajax moet jonge jongens opleiden en je ziet dat het nu ook vruchten afwerpt met bijvoorbeeld Timber en Rensch”, verklaart Ter Heide. Hij kijkt met een uiterst nuchtere en realistische blik naar zijn vertrek bij Ajax. Na in twee seizoenen 31 wedstrijden te hebben gespeeld voor Jong Ajax in de Keuken Kampioen Divisie besefte hij dat een doorbraak in het eerste elftal er niet meer inzat. “Het was niet lastig om Ajax te verlaten, nee. Ik zag gewoon geen toekomst bij Ajax, dus dan moet je voor jezelf de keuze maken: ga je als 21-jarige nog tussen jongens van zestien of zeventien bij een beloftenteam spelen? Waar die jonge jongens altijd de voorkeur boven jou krijgen, simpelweg omdat ze jonger zijn. Tja, dan is de keuze makkelijk om realistisch te blijven en ergens anders naartoe te gaan.”

SC Cambuur meldde zich aanvankelijk een jaar geleden al bij Ter Heide, maar Ajax wilde hem halverwege het seizoen niet laten gaan. Een halfjaar later maakte hij alsnog de overstap naar Leeuwarden, ondanks dat zijn contract bij Ajax nog doorliep. “Je zit vast in een eerste elftal, dat is anders dan een beloftenteam. Daar trainden we bijvoorbeeld ook tegelijk met het eerste, terwijl we dan eigenlijk een vrije dag hadden. Puur voor het geval dat er iemand zou uitvallen. Nu draait het écht om dit elftal, in plaats van andersom. Er zit niemand op de bank met het gevoel van: het maakt mij niet zoveel uit.” Daarmee wil Ter Heide overigens niet zeggen dat de druk bij SC Cambuur hoger ligt dan bij Jong Ajax.

“De druk bij Ajax was wel hoger. Ze zeggen daar in de jeugd al snel: ‘Oh nee, die is niet goed genoeg voor het eerste. Die gaat het nooit halen’. Iedereen vindt wat van je, iedereen heeft een mening over je. In de jeugd al, dat is soms misschien niet leuk. Iemand kan bijvoorbeeld na een slechte wedstrijd op de Future Cup met de Onder-17 helemaal afgebrand worden. Bij Ajax willen ze altijd het hoogste niveau, alles moet goed. Dat moet hier ook, maar iets meer op volwassen manier. Bij Jong Ajax moet ieder dingetje goed gaan, terwijl het bij het eerste meer om spelen, wedstrijden, prijzen en punten gaat. Je wordt er snel volwassen van en dat heeft het misschien wel makkelijk gemaakt om hier te aarden”, legt hij uit. Ter Heide heeft snel zijn plek gevonden in Leeuwarden, waar hij een appartement in het centrum van de stad heeft.

Het lijkt erop dat de eerste doelstelling van Ter Heide al binnen een seizoen vervuld gaat worden: promoveren naar de Eredivisie. “Mijn doel was eigenlijk om direct naar de Eredivisie te gaan”, wijst hij op het vorige door de coronapandemie afgebroken seizoen, waarin SC Cambuur de afgetekende koploper was. “Als we naar de Eredivisie gaan, zien we vanaf daar wel. Dan wil ik wel meer minuten maken. Als je een stapje hogerop wil, moet je jezelf ook laten zien.” Een andere doelstelling op zijn lijstje: international worden. In dat opzicht heeft Ter Heide in theorie de nodige keuze. Zijn vader werd geboren in Zuid-Korea, terwijl zijn moeder half Indonesisch is. Een trainer van de Koreaanse voetbalbond kwam hem al eens bekijken bij Ajax. “Het is voor mij alleen lastig om een Koreaans paspoort te krijgen. Mijn vader is in Zuid-Korea geboren, maar is al op jonge leeftijd geadopteerd en heeft geen Koreaans paspoort. Om een Koreaans paspoort te krijgen, moet je minimaal een halfjaar daar wonen en dan heb je ook nog de militaire dienst. Daardoor staat het een beetje op een laag pitje.”

“Indonesië zou ook nog kunnen”, gaat Ter Heide verder. “Als een Indonesisch account op Instagram een post over jou gemaakt heeft, krijg je super veel mensen die onder je foto’s reageren met Indonesische vlaggetjes en Come to Indonesia. Als het bij Oranje niet lukt, hoop ik misschien wel voor een ander land te spelen. De band met Zuid-Korea is wel sterker dan die met Indonesië. Ook doordat mijn vader meer met Zuid-Korea heeft dan mijn moeder met Indonesië. Ik voel me meer een Koreaan dan een Indonesiër. Ik zie er Koreaans uit, dus je bent niet helemaal een Nederlander en ik ben daar ook trots op. Ik zou ook ooit wel in Zuid-Korea willen spelen, ja. Als ik student was geweest, had ik ook wel willen reizen.”

Het zijn misschien andere podia als waar Ter Heide een aantal jaar in Amsterdam van droomde. Opnieuw volgt na een glimlach een rustig, realistisch en nuchter antwoord. “Ik heb er niet zoveel moeite mee, ik vind het alleen maar leuk voor al die jongens die al wel in de top spelen. Als ik om me heen kijk, zie ik al die jongens met wie ik goed omging overal spelen. Matthijs bij Juventus, Sergiño Dest bij Barcelona: dat is leuk om te zien. Bijna iedere avond staat er voetbal aan en in iedere wedstrijd speelt wel iemand die ik ken. Dat is wel grappig, ja. Dan zie je dat Sergiño het enorm goed doet bij Barcelona tegen PSG, schiet hij op de lat. Dan denk ik toch: ah, jammer. Sven Botman is ook een goede vriend. Ik spreek al die jongens nog gewoon, met Sven heb ik veel contact en je krijgt alles mee hoe het is. Misschien besef je dat zelf niet, het zijn allemaal jongens die je goed kent. Als je ze ziet, is het altijd goed.”

`