Talentscout – Jasper Schendelaar

Paspoort

Jasper Schendelaar

Club Telstar
Positie Keeper
Geboortedatum 2 september 2000
Aantal wedstrijden 2
Sterke punten Reflexen, positionering, voetballende kwaliteiten

De Keuken Kampioen Divisie geldt al decennialang als kraamkamer voor binnen- en buitenlandse talenten en ook dit seizoen lopen er op het tweede niveau weer veel voetballers met potentie rond. Voetbalzone, de officiële mediapartner van de Keuken Kampioen Divisie, licht wekelijks een van deze talenten uit, met deze keer aandacht voor Jasper Schendelaar, die in dienst van Telstar de stap richting het eerste elftal van AZ hoopt te zetten.

De tweede verdieping van de hoofdtribune van het Telstar Stadion is normaal gesproken de plaats waar de sponsoren van Telstar elkaar treffen om op de wedstrijddag een drankje te doen. De ruimtes hebben door de coronacrisis echter een andere functie gekregen. De tafels staan nu keurig netjes op afstand van elkaar, met één stoel erachter. In wat veel weg heeft van een klaslokaal, zijn nog wat selectiespelers in de hoek voor zichzelf aan het trainen. “Er wordt hier gerekt, de foamrollers worden dan meegenomen van beneden”, verklaart Jasper Schendelaar, terwijl hij de ruimte in wijst. Enkele matjes en gewichten verspreid door de ruimte onderschrijven de uitleg van de negentienjarige doelman. “Je mag niet met z’n allen in de kleedkamer, dus iedereen doet het hier op anderhalve meter. Als er in het krachthonk geen plek is, kan je hier aan de slag.”

Schendelaar haalt zijn schouders op. Ja, het gaat er bij Telstar iets anders aan toe dan hij bij AZ gewend was. “Maar ik weet niet hoe het voor deze tijd was. Toen we bij AZ weer mochten gaan trainen, was het ook raar. Dat zal overal zo zijn, denk ik. Voor mij is dit nu normaal, dus het kan alleen maar beter worden”, voegt hij snel toe. Sinds juni is Telstar gestopt met ontbijt en lunch op de club, wat betekent dat de spelers zelf lunchpakketjes moeten meenemen. “Kijk, weet je wat het is? Ik vind het ook wel weer wat hebben, het blijft net zo gezellig als normaal. We gaan met z’n allen op anderhalve meter zitten en iedereen heeft zijn eigen lunch mee. Ik kan er wel om lachen, je moet het niet groter maken dan het is. Iedereen doet hier zijn best om alles zo goed mogelijk te maken. Elkaar fit krijgen en houden, extra trainingen: dat is heel goed geregeld. Bij AZ werd op een goede manier heel veel voor me gedaan. Hulp bij krachttraining, bijvoorbeeld. Ik moet leren om op mijn eigen benen te staan, als je begrijpt wat ik bedoel. Je wordt op een andere manier geholpen.”

Na zeven jaar is Schendelaar, zoals hij het zelf noemt, uit zijn comfortzone gestapt. Bij AZ lag voor hem een rol als derde doelman achter Marco Bizot en Hobie Verhulst in het verschiet, terwijl hij de nodige speeltijd in het beloftenteam zou krijgen. “Dat is goed, het is geweldig om op je negentiende derde keeper bij AZ te zijn. Daar niet van. Maar ik vond voor mezelf dat ik een soort tussenstap moest maken”, zegt Schendelaar. In verschillende gesprekken met hoofdtrainer Arne Slot en keeperstrainer Nick van Aart gaf hij te kennen dat een tijdelijk vertrek zijn ontwikkeling een boost zou kunnen geven, waarmee de technische leiding van AZ uiteindelijk instemde.

Het oog van Schendelaar valt op het kunstgrasveld van het karakteristieke stadion van Telstar. Terwijl vrijwel alle spelers al naar huis zijn, loopt trainer Andries Jonker een tijdlang in zijn eentje rondjes om het veld. “Dat doet hij iedere dag, hardloopschoentjes aan”, lacht Schendelaar als hij Jonker opmerkt. Het was de trainer annex technisch directeur die hem er vrijwel direct van overtuigde om de overstap naar Telstar te maken. Voor Jonker was Schendelaar namelijk geen onbekende. “Andries wilde me al hebben toen ik vijftien of zestien was en hij nog als hoofd jeugdopleidingen bij Arsenal werkte. Eerst wist ik niet dat hij trainer bij Telstar was, maar toen ik dat eenmaal hoorde, was het vrij makkelijk. Ik ben op gesprek gegaan en dat voelde goed, dus ik zag dit gewoon als de beste stap.”

Dat Jonker er een jaar of vier geleden niet in slaagde om Schendelaar naar Londen te halen, heeft te maken met de ultieme droom van de geboren Alkmaarder: eerste doelman worden bij zijn AZ. “Direct na mijn geboorte werd ik al aangemeld bij de Waaghalzen (de juniorclub van AZ, red.), ik ben echt met AZ opgegroeid. Mijn moeder vertelt altijd dat ik in vriendenboekjes bij de vraag wat wil je later worden? opschreef dat ik keeper van AZ wilde worden. Dus als je op je zestiende een contract kan tekenen bij jouw club… Het is moeilijk te zeggen of dat mooier is dan Arsenal. Maar ik wilde dat. Ik wilde het eerste halen bij AZ. Zo sta ik er nog steeds in”, glimlacht Schendelaar, die sinds zijn dertiende bij AZ speelt. De afgelopen jaren mocht de jeugdinternational al ruiken aan het grote werk. Op zijn vijftiende verscheen hij al voor het eerst op het trainingsveld bij de hoofdmacht, nog voor hij zijn eerste profcontract tekende. “In het begin moest ik heel erg wennen, ik maakte direct een foutje. Daarna gingen we kleine partijtjes doen en pakte ik alles. Ik mocht vervolgens op die leeftijd ook al mee op trainingskamp, samen met Owen (Wijndal red.), Guus (Til, red.) en Teun (Koopmeiners, red.).”

Doordat Rody de Boer twee seizoenen geleden bijna een jaar aan de kant stond met een zware schouderblessure, werd Schendelaar al op zeventienjarige leeftijd gepromoveerd tot tweede doelman bij AZ en was hij vrijwel een volledige jaargang eerste keuze bij het beloftenteam in de Keuken Kampioen Divisie. “Ik sloeg eigenlijk een stap over, het was niet de bedoeling. Vorig seizoen ben ik een beetje tussen wal en schip gevallen. Toen Rody weer fit was, ging hij alles spelen in Jong AZ en kwam ik tot minder wedstrijden. Dat was logisch, zo is de hiërarchie nu eenmaal. Had ik maar tweede keeper moeten zijn. Maar ik kon me wel volle bak focussen op het trainen, omdat ik wist dat ik een tijdje niet zou spelen. Iedere dag zat ik in de gym, ik trainde extra. Ik deed er alles aan om topfit te blijven en meer stappen te maken. Ergens heb ik daar heel veel aan gehad, want ik heb me heel sterk ontwikkeld. Ik ben sterker en nog explosiever geworden. Nu is wel het seizoen om te spelen, daar heb ik vorig jaar hard voor gewerkt.”

Schendelaar zat zodoende wel al veertig keer op de bank bij de hoofdmacht van AZ, maar hij wacht nog op zijn officiële debuut. “Zeker op mijn leeftijd is het als keeper lastig om door te breken. Je hebt uitzonderingen die het kunnen op deze leeftijd. Ik denk niet dat het per se geluk is. Ja, je moet een kans krijgen. Maar geluk? Nee, dat dwing je af door op zo’n leeftijd heel goed te zijn en er echt, écht bovenuit te steken. Maar ja, als jonge topspeler is het nu eenmaal anders dan als jonge topkeeper. Je krijgt niet even tien minuten, want niemand wisselt zijn keeper in de tachtigste minuut. Alleen als er iets gebeurt, maar die kans is klein”, knikt Schendelaar, terwijl hij op de tafel klopt. Bij Telstar krijgt hij nu komend seizoen de kans om zichzelf te laten zien, daar hij voorlopig als eerste doelman aan het seizoen begonnen is. “Er zit wel een bepaalde druk achter, je speelt voor supporters en écht voor promotie. Dat is alleen maar leuk, je kan naar de Eredivisie promoveren. Hoe leuk zou dat zijn?”

Dat Telstar een springplank kan vormen, liet zijn goede vriend De Boer drie jaar geleden zien door in Velsen-Zuid een transfer naar AZ te verdienen. “Natuurlijk heb ik het er met Rody over gehad, we zijn goede vrienden en hebben nog dagelijks contact. Hij heeft hier toen met heel veel plezier gezeten en had alleen maar positieve verhalen, ook al had hij een andere trainer. Het maakte het voor mij allemaal nóg makkelijker.” De kans bestaat dat Schendelaar over een jaar met de nu aan De Graafschap verhuurde De Boer gaat strijden om de positie van eerste doelman bij AZ, mocht Bizot een transfer maken. Zo ver wil de jonge doelman, die in Alkmaar over een tot medio 2021 lopend contract met een optie voor nog twee jaar beschikt, nog niet vooruit kijken. Haast filosofisch besluit hij: “Je moet niet de beste speler van de wereld worden, je wil het. Snap je? Dat is iets anders, het komt meer uit jezelf. Ik wíl het. Ik hoop dat Telstar, AZ en ik het dit seizoen goed doen en dan moet alles op zijn pootjes terechtkomen.”